|
Aangezien Gerlof en Harm-Rinke (explorer) bezig zijn met een kabelbaan
cursus, kwamen zij met het idee om voor de laatste opkomst (overvliegen)
van het scoutingjaar een hele lange kabelbaan te bouwen.
Dus, alhoewel het weer er niet zo goed uitzag, vertrokken Fem en ik op
vrijdagavond, zo even voor zes, richting de familie Pronk in Fochteloo. Wij
gingen namelijk eerst gezamlijk eten bij Gerlof en Arne thuis. Gerlof had
vegetarisch gekookt en Femke had een zalmsalade gemaakt, dus werd het een
echt eetfestijn. Toen we allemaal eindelijk klaar waren, werden we verdeelt
over auto's, waarin wij vervolgens weer terug naar Oosterwolde vertrokken
om de explorers bij de garage te ontmoeten. De bedoeling was dat wij daar dan de
benodigde materiaal in de kar van Harm Betten zouden laden, maar we waren per
ongeluk Hoyte vergeten te informeren dat wij die vrijdagavond in de garage
wilden en toen wij dus aanbelden bij de familie Nieborg voor de garagesleutel,
was er dus niemand thuis.
Verslagen dropen wij weer af terug richting Fochteloo,
waar wij de spullen die wij daar al hadden (bungalowtent, touw en vuurtonnen),
alvast transporteerden naar Kamp Oranje, alwaar wij kamp opsloegen.
Ook de explorers waren intussen al op de fiets in Fochteloo gearriveerd en nadat
er gelukkig telefonisch contact was gemaakt met een lid van de familie Nieborg,
vertrok er opnieuw een delegatie richting Oosterwolde voor de rest van het
materiaal, terwijl wij de al aanwezige bagage in veiligheid brachten voor de
eerste regenbui.
Spoedig arriveerde ook het bouwmateriaal en terwijl sommige alles uit de kar haalden,
begonnen Inze, Fem en Maaike met de tent (wat de gebruikelijk problemen
opleverde). Na wat overleg besloten we dat we vanwege de regen nog niet aan
de kabelbaan (en bijbehorende toren) konden beginnen. En dat het verstandig was
om eerst maar hout te gaan sprokkelen voor het kampvuur en dus trokken
we met de kruiwagen het bos in.
Het is wel duidelijk dat er binnen de kortste keren dus een groot vuur brandde en
ook de tent stond nu en kon worden in gericht. Dat was dus goed. Wat niet goed
was, was het weer, want er bleven maar steeds buien vallen en het zag er niet
naar uit dat het er beter op werd. Schuilend onder ons geimproviseerde afdak,
kwamen we met tegenzin tot het besluit dat (nu het ook nog eens donker werd)
er die avond van pionieren en bouwen niets meer zou komen.
Alles wat er overbleef om te doen, was rond het kampvuur ons zelf te vermaken en
dus kwamen er onder het genot van een heerlijke, door Marije gemaakte appeltaart
kwamen de welbekende stoere verhalen weer boven. Gelukkig werd het later op de avond (uh, nacht)
wel weer wat beter, zodat we bij het lekkere warme vuur konden blijven zitten.
Zo rond drie uur in de morgen besloten wij maar te gaan slapen. En na wat heen
en weer geschreeuw van tussen de stamtent en Harm-Rinke&Hendriks tent door Maaike,
Hendrik en ik, vielen we in slaap.
Hmmm, ik geloof dat zaterdagmorgen zo'n beetje in 1 woord valt uit te drukken:
"PRUT". Het regende toen ik wakker werd en het regende toen ik wakker werd en toen het
nog regende toen ik wakker werd, gaf ik het maar op om nog weer in te slapen. Ondertussen
waren Gerlof en Inze ook wakker en was de rest langzaam aan het ontwaken. Langzaam
kwamen we zo ook tot de ontdekking dat, om onverklaarbare wijze, sommige slaapzakken
een beestje nat waren.
Na enig gepeins concludeerden we dat de tent dus moest lekken en de lekkende naad werd
snel gelokaliseerd. "AAARRGGHH! Dit is de druppel!", dachten wij, dit was absurd.
Balend kwamen tot de ontdekking dat het kamp een fiasco aan het worden was.
Het was ondertussen al tien uur en nog hadden we niks kunnen dooen. Alles was
nat en we hadden niet het materiaal om een hele scoutinggroep van half 2 tot half 4
droog bezig te houden.
Met het chagerijnigheids-niveau stijgende vertrokken we richting Huize Pronk om te
ontbijten (we hadden daar per ongeluk het broodbeleg laten staan). Daar aanbelandt
bleek daar een noodplan te zijn achtergelaten door Foktje (die betrekking had
op het overvliegen en niet, zoals sommige van ons dachten op een evacuatieplan
vanwege het Groot Diep die bijna buiten zijn oevers was getreden). Maar toen zelfs
het noodplan op niets uitliep, gaven wij ons gewonnen en bliezen wij alles af :o(
Geen kabelbaan, geen toren, geen broodbakken.
Na het ontbijt zijn we nog even terug gegaan naar het Kamp om de boel op te ruimen
en de bagage mee te nemen. En daarmee lijkt dit verhaal op zijn eind.... nou, niet helemaal.
Natuurlijk had niemand zin om al naar huis te gaan, het tenslotte nog maar half twee ofzo.
Na wat gehang kwamen we, omdat het zo loeihard waaide, op het idee om een
vlieger te maken. En zoals iedere scout weet, vliegt er niets beter als een koeptent,
en daar had Gerlof er nou net nog een oude van liggen.
Dus na wat geknutsel met de tent, wat pvc-buizen, cisal-touw en 50 meter pioniertouw
(hmmm, dat was vast geen pioniertouw, want wie wil er nou pionieren met 50 meter touw?!?)
hadden wij een reusachtige vlieger om u tegen te zeggen, die we waarachtig even de
lucht in konden krijgen. En nadat Hans ook nog een staart has gefabriceerd konden wij
hem (de vlieger, niet Hans) constant in de lucht houden, zelfs op met de volle lengte van
het 50-meter touw.
Terwijl ondertussen het weer ineens was omgeslagen van slecht naar
mooi, begonnen wij van al dat vliegeren een behoorlijke honger te krijgen. Dus werden er vier
mensen op uitgestuurd om patat en frikandellen te halen, die we toen zelf (nou ja, Tiena
en Maaike) hebben gefrituurd. Na nog een heus voedselgevecht met wat er overgebleven was
van Femke's salade van de dag er voor, ben ik dan toch uiteindelijk maar naar huis gegaan.
Alhoewel het dus het grootste gedeelte van het kamp had geregend, was het gelukkig wel heel
gezellig geweest. Gelukkig maar...
|